Nieuws-archief
De Wieden: Eldorado voor vlinders

(Ingezonden bericht)

Van alle insectensoorten in De Wieden zijn de vlinders de opvallendste. Met hun unieke vleugeltekening op boven- en ondervleugel zijn het vliegende juweeltjes. Een laagveenmoeras zoals De Wieden, Weerribben en Rottige Meenthe herbergt een aantal specifieke soorten vlinders, die aangepast zijn aan het leven in moerassen. Deze vlinders stellen hoge eisen aan hun leefomgeving. Beherende instanties zoals Staatsbosbeheer en Vereniging Natuurmonumenten doen er alles aan om deze dieren te behouden.

Grote Vuurvlinder
In 1915 werd deze ondersoort in Nederland ontdekt. Op Lyceana dispar batava, kunnen wij in ons kikkerlandje met recht trots zijn, want het is de grootste en mooist gekleurde van de Grote vuurvlinders in Europa. In die tijd stond de soort als vrij zeldzaam te boek, anno 2003 is de soort zeer zeldzaam. Tevens is het ook de eerste vlinder die een beschermde status kreeg. De Grote vuurvlinder is een kieskeurige jongen, vooral de reliëfrijke rietlanden heeft hij voor het voortbestaan nodig. Rietlanden die door de rietteler wat rommelig achtergelaten worden, hebben de voorkeur. Waar streige is achtergelaten ontstaat een soort microklimaatje waar de Grote vuurvlinder zich thuis voelt. Op deze plaatsen groeit dan ook vaak zijn belangrijkste waardplant, de Waterzuring. Voor het zover is, vliegt het mannetje als een oranjewitte wimpel over zijn territorium heen. Als een knipperlichtje bestrijkt hij alle uithoeken van het rietland om een vrouwtje te lokken. Dit gebeurt meestal van juni tot augustus. Tijdens een warm voorjaar kunnen zij zelfs in mei actief worden (med. G. Padding). De soort overwintert als rups in de strooisellaag waar de verdorde waterzuringbladen bescherming bieden. Wisselende waterpeilen kunnen de rupsen voor langere tijd aan. De groei van de rupsen vindt plaats in de nazomer, lente en voorzomer.

Zilveren Maan
Een andere zeldzame jongen in De Wieden is de Zilveren maan. Een familielid van de Parelmoervlinders. Deze dankt zijn naam aan de zilverwitte sikkel op de ondervleugel. In Nederland bevindt zich 80% van de populatie in De Wieden. Deze soort van vochtige, schrale graslanden waarvan de rupsen op Moerasviooltjes leven is de laatste decennia sterk achteruit gegaan. De vlinder vliegt in twee generaties per jaar, de eerste van mei tot juni en de tweede vooral in augustus. De planten die het meest in trek zijn bij de volwassen vlinder, zijn Kale jonker, Echte koekoeksbloem, Kattenstaart en Moerasandoorn. De jonge rupsen die na ongeveer een week uitkomen moeten zo snel mogelijk van waardplant naar nectarplant komen. Daarom is het van groot belang dat deze niet al te ver van elkaar vandaan staan. De rupsen van de tweede generatie gaan na de derde vervelling in winterrust en worden weer actief in april (lit. Monitoring bedreigde en kwetsbare dagvlinders 1994, I. van Halder).

Aardbeivlinder
Deze onopvallende soort behoort tot de dikkopjes. Een zwart-wit gevlekt vlindertje met een voorliefde voor Tormentil en Wateraardbei. Sinds de vijftiger jaren gaat deze soort versneld achteruit. Vooral verdroging en verbossing van zijn leefomgeving heeft de soort niet goed gedaan. Net als de Zilveren maan komt de aardbeivlinder voor in vochtige, natte schraalgraslanden. Om beide soorten in stand te houden worden bepaalde hoeken van het graslandperceel ontzien en het jaar daar op weer gemaaid om bosvorming tegen te gaan.

Beheermaatregelen Grote Vuurvlinder
Om de Grote vuurvlinder overlevingskansen te bieden, worden percelen rietland wat hoger afgemaaid en worden verbindingszones tussen rietlanden gecreëerd. Hierbij valt te denken aan het wegzagen van bos en struweel zodat de vlinders met elkaar kunnen uitwisselen. Grote vuurvlinders zijn zeer honkvast en mijden het liefst grote bospercelen waar zij over heen moeten vliegen. Tevens worden rietlandpercelen afgeschraapt waardoor de verlanding met zijn belangrijkste ei-afzetplant, de Waterzuring weer kunnen terugkeren.

Toch blijft het van het grootste belang om al deze maatregelen in beheer, hoe intensief en gecompliceerd ook, vol te houden. Door goede samenwerking met andere instanties en vrijwilligers proberen wij door middel van monitoring en kennisoverdracht deze drie kwetsbare juweeltjes van het Laagveenmoeras te behouden.


Terug

Startpagina