Nieuws-archief
Reest en Wieden

(Ingezonden bericht)

Waterschap laat water in voor merengebeid Noorwest-Overijssel
Het waterschap Reest en Wieden is vandaag (23 juni red.) gestart met het inlaten van water in het merengebied van Noordwest-Overijssel. In de waterhuishouding van Noordwest-Overijssel speelt een zorgvuldig peilbeheer een belangrijke rol. Door de droogte is het gemiddelde waterpeil gezakt naar N.A.P. –0.83 meter en zijn maatregelen noodzakelijk. Waterinlaat is nodig voor het op peil houden van het water in de boezem en de polders, onder andere voor landbouw, scheepvaart, natuur, recreatie en fundering. Met deze maatregel kan het streefpeil in de boezem en de polders worden gehandhaafd. In overeenstemming met het waterbeheerplan stelt het waterschap het inlaten van water zo lang mogelijk uit. De reden is dat het ingelaten water uit het IJsselmeer een andere samenstelling heeft dan het water in het boezemgebied. Gebiedsvreemd water herbergt meer stikstof en fosfaten en is minder geschikt voor de natuurgebieden de Weerribben en de Wieden. Het ingelaten water komt rechtstreeks uit het IJsselmeer en stroomt via het Vollenhovermeer naar de inlaat bij het gemaal A.F. Stroink. Daarna bereikt het water in korte tijd het merengebied van noordwest Overijssel. Gelet op de weersvoorspelling van aanhoudende droogte duurt het inlaten van water waarschijnlijk enige tijd.

Aanleiding
De laatste tijd is er onvoldoende neerslag gevallen. Het streefpeil in het boezemgebied dat normaal beweegt tussen N.A.P. - 0.73 meter en N.A.P. - 0.83 meter, wordt nu niet meer gehaald. Andere oorzaken van de daling zijn verdamping, wegzijging en beregening. Het waterschap Reest en Wieden laat dit jaar voor de tweede keer water in.

Beperkte inlaat
De inlaat van water gebeurt bij het gemaal A.F. Stroink (Vollenhove) en start als het gemiddelde peil ligt op N.A.P. - 0.83 meter. De inlaat zal weer worden dichtgezet als het peil twee centimeter is gestegen. Alleen bij een overschot aan neerlag stijgt het niveau meer. Ook de windrichting heeft invloed op de waterstand. Hierdoor kan in sommige delen van het gebied de waterstand zakken tot een niveau beneden N.A.P. - 0.83 meter en kunnen sommige sloten tijdelijk droog komen te liggen.

Beregening
De landbouw gebruikt in deze periode van aanhoudende droogte oppervlaktewater voor het beregenen van gewassen. Dit is toegestaan, zolang er voldoende water kan worden aangevoerd. Bij ongewijzigde weers-omstandigheden kunnen in sommige delen van het waterschapsgebied de sloten droog vallen. Als dat gebeurt dan zal het waterschap maatregelen moeten nemen om het droogvallen van de sloten te voorkomen. Een verbod van beregenen van weidepercelen kan dan één van de eerste maatregelen zijn. Het beregenen van andere gewassen krijgt dan voorrang boven weiland.


Terug